Welzijn, zorg en wonen
Welzijn en Zorg
D66 onderschrijft het belang van sociale cohesie binnen de gemeente.
Stimuleren van zelfredzaamheid en participatie zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Dit sluit aan bij het principe van D66 om uit te gaan van de kracht van mensen zelf.
D66 is voorstander van bereikbare en toegankelijke welzijnsvoorzieningen
voor iedereen. Het is belangrijk dat de burger weet waar hij met zijn welzijnsvraag terecht kan en dat hij weet wat de mogelijkheden zijn op het gebied van de welzijnsvoorzieningen. Een goed ingericht centraal WMOloket (fysiek en digitaal) kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Een andere mogelijkheid zijn spreekuren op locatie binnen de dorpskernen met bijvoorbeeld een WMO-ambtenaar.
D66 vindt dat bij het uitvoeren van de kerntaken van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) de nadruk zal moeten liggen bij hulpbehoevende ouderen en hun mantelzorgers, chronisch zieken en inwoners met een (tijdelijke) functiebeperking, en hulpbehoevenden (jong en oud) die sociaal geïsoleerd dreigen te raken. De gemeente zal moeten zorgen dat deze kwetsbare groepen ook daadwerkelijk kunnen (blijven) participeren in de maatschappij.
D66 vindt dat alle inwoners van de gemeente 24 uur per dag, 7 dagen in
de week binnen een aanvaardbare reistijd bij een huisarts en apotheker
terecht moeten kunnen. Mensen moeten naar een huisartspost kunnen
met voor hen de kortste reistijd, in plaats van verplicht naar de huisartsenpost in Delft te moeten zoals nu het geval is. Dit kan bijvoorbeeld door het maken van afspraken met (huisartsen in) buurgemeenten.
D66 streeft ernaar om het regiovervoer voor ouderen en minder validen te verbeteren. Mobiliteit is van groot belang voor de maatschappelijke participatie van ouderen en minder validen. Hiervoor is adequaat en waar nodig aangepast vervoer noodzakelijk. Wachttijden van meer dan 30 minuten mogen niet meer voorkomen.
D66 wil het PersoonsGebonden Budget (PGB) toegankelijker maken. Inwoners die de administratieve lasten rond het gebruik van PGB te lastig vinden, kan hulp worden aangeboden, bijvoorbeeld vanuit het WMO loket. Voor de ontwikkeling van een goed voorzieningpakket met voldoende keuzemogelijkheden voor benutting van het PGB, wil D66 het WMO beleid afstemmen met haar randgemeenten.
D66 is voorstander van burgerparticipatie bij het inzetten en laten uitvoeren van het WMO beleid. De in 2009 ingestelde WMO-raad vervult hierbij een belangrijke rol. De gemeente moet deze raad ondersteunen, zodat zij haar taak optimaal kan uitvoeren. Daarnaast wil D66 een burgermonitor WMO inzetten rond de prestatievelden van de WMO die betrekking hebben op verhogen van participatie van ouderen, jongeren, mensen met een functiebeperking en chronisch zieken. Op deze wijze ontstaat meer zicht op wat onder inwoners leeft en wat hun ervaringen zijn met de uitvoer van het WMO beleid. De gemeente kan hierdoor groeien in een stabiele visie op hoe de WMO binnen de gemeente het beste vorm kan krijgen. Ook regelmatig overleg met belangengroepen draagt hieraan bij. De WMO biedt de gemeente een hoop vrijheid. Hier moet adequaat en efficiënt gebruik van worden gemaakt.
D66 hecht sterk aan adequate mantelzorg. De gemeente heeft hierbij een faciliterende rol, zodat het Bureau Mantelzorg Ondersteuning haar dienstverlening optimaal kan uitvoeren. D66 vindt hierbij onder andere de mogelijkheid van respijtverlof voor mantelzorgers van groot belang. Respijtverlof biedt de mantelzorger een moment voor zichzelf, terwijl de zorg geregeld is. Zeker voor de mantelzorger die daarnaast ook nog werkt is een dergelijk rustpunt belangrijk, om zelf niet uit te vallen.
D66 pleit voor ontmoetingsmogelijkheden die door inwoners van alle leeftijden en voor verschillende activiteiten gebruikt kunnen worden. Vooral dementerenden en hun mantelzorgers en ouderen en hulpbehoevenden die sociaal geïsoleerd dreigen te raken hebben behoefte aan dergelijke ontmoetingsmogelijkheden. Daarnaast moeten ook jongeren eigen ontmoetingsmogelijkheden hebben in dergelijke centra.
D66 ziet de recent opgerichte jongerenraad binnen de gemeente als belangrijk adviesorgaan bij beleidsvorming rond deze doelgroep.
Visie op de toekomst van het WMO-beleid
D66 wil dat de gemeente een duidelijke toekomstvisie ontwikkelt rond de
inrichting van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning én hier ook de uitvoerende activiteiten op aanpast. Hierbij moet nadrukkelijk gekeken worden welke rol de gemeente zelf wil spelen als partij in de uitvoering van de WMO activiteiten. D66 is voorstander van een uitvoering van de WMO waarin de inwoners zelf ook hun bijdrage kunnen leveren.
D66 maakt zich zorgen over de huidige aanbestedingsprocedure van
zorgvoorzieningen. Naar het idee van D66 wordt er teveel op prijs van de dienstverlening gestuurd en is er te weinig aandacht voor de kwaliteitseisen. Er bestaan andere aanbestedingsprocedures die juist sturen op kwaliteit en niet uitsluitend op prijs. Deze hebben zich binnen andere gemeenten al bewezen. D66 zou willen onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de aanbestedingsprocedure in de toekomst aan te passen.
D66 wil indicatie van eenvoudige hulp niet meer laten verlopen via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), maar laten uitvoeren door afstemming met huisartsen, gezondheidscentra en het gemeentelijk WMO loket. Inwoners die zorg nodig hebben, hebben dat vaak op korte termijn nodig. De procedure via het CIZ werkt soms erg vertragend waardoor de benodigde hulp pas later kan worden ingezet. Analoog aan enkel andere gemeenten zou D66 een studie willen uitvoeren en een pilot willen opstarten om de haalbaarheid hiervan te toetsen.
Wonen
D66 vindt het belangrijk dat ouderen en minder validen zo lang mogelijk
zelfstandig kunnen wonen, blijven participeren in de maatschappij en eigen regie kunnen voeren over hun leven. Om dit te bevorderen heeft D66 de intentie om particuliere bouwinitiatieven die aansluiten bij de woonwensen van ouderen en minder validen te stimuleren en te ondersteunen. Ook levensloopbestendig bouwen en het opplussen van bestaande woningen hebben hierbij de aandacht.
D66 hecht belang aan goed ontwikkelde woonserviceszones voor ouderen in de verschillende dorpskernen. Speciale aandacht hierbij is nodig voor de kern Nootdorp, waar dit nog onvoldoende is gerealiseerd. D66 vindt dat er gebouwd moet worden naar de behoefte van woningzoekenden in Pijnacker-Nootdorp en dat er meer diversiteit in het aanbod moet komen. Naast de veelvuldig gebouwde eengezinswoningen moeten er meer goedkopere woningen worden gebouwd voor jongeren en starters. Ook is er behoefte aan (nieuwbouw)appartementen met mogelijkheid voor voorzieningen voor bijvoorbeeld ouderen die langer zelfstandig willen blijven wonen.
D66 wil de doorstroming op de woningmarkt bevorderen door het scheppen van een op de behoefte aangepast woningaanbod. Gebrekkige doorstroming in de woningmarkt is een probleem, waardoor goedkopere (huur) woningen niet beschikbaar komen voor personen/gezinnen waarvoor deze woningen eigenlijk zijn bedoeld. De woningbehoefte voor jongeren, alleenstaande moeders, ouderen en voor woningzoekers met een beperkt budget moet een goede plek krijgen in de integrale structuurvisie woningbouw.
D66 bepleit zo veel mogelijk menging van woningtypes. Dus geen wijken
waar alleen jonge, goed bemiddelde gezinnen met opgroeiende kinderen
wonen, naast wijken waar primair ouderen wonen, of wijken waarin alleen sociale woningbouw is gerealiseerd. Het is belangrijk dat diverse groepen bij elkaar in de buurt wonen om de wijk leefbaar te maken en te houden.




word lid